PTSS, trauma en bokstherapie
Introductie
PTSS, voluit posttraumatische stressstoornis, kan ontstaan na het meemaken of getuige zijn van een ingrijpende of bedreigende gebeurtenis. Herinneringen aan wat er is gebeurd kunnen zich blijven opdringen, terwijl lichaam en zenuwstelsel sterk kunnen reageren op situaties die aan het trauma herinneren. Vermijding, verhoogde waakzaamheid, veranderingen in stemming en een gevoel van onveiligheid kunnen het dagelijks leven beïnvloeden.
Trauma raakt daarmee niet alleen gedachten en herinneringen, maar kan ook lichamelijk merkbaar blijven. Hartslag, ademhaling, spierspanning en alertheid kunnen veranderen wanneer iets als bedreigend wordt ervaren. Binnen bokstherapie kunnen zulke reacties tijdens beweging zichtbaar en voelbaar worden. Dat biedt ruimte om signalen te herkennen, regulatie te ondersteunen en stap voor stap opnieuw veiligheid en keuzevrijheid te ervaren.
Herstel betekent niet dat het verleden verdwijnt. Het kan wel betekenen dat wat gebeurd is steeds meer als verleden kan worden ervaren, zonder dat lichaam en aandacht voortdurend hoeven te reageren alsof het gevaar opnieuw aanwezig is.
Soms lijkt de stilte in het lichaam ondraaglijk: de adem die stokt, de spieren die verkrampen, het hart dat niet tot rust wil komen. Toch is juist in die stille taal van het lijf de weg naar heling te vinden.
Wat is PTSS?
Posttraumatische stressstoornis (PTSS) kan ontstaan na blootstelling aan een ingrijpende of bedreigende gebeurtenis, zoals geweld, misbruik, oorlog of een ernstig ongeval. Niet iedereen ontwikkelt na zo’n ervaring PTSS. Wanneer klachten aanhouden en het dagelijks functioneren beïnvloeden, kan sprake zijn van een posttraumatische stressstoornis.
Kenmerkend zijn onder andere herbelevingen of nachtmerries, het vermijden van herinneringen aan de gebeurtenis, veranderingen in stemming en gedachten en een verhoogde staat van alertheid. Iemand kan bijvoorbeeld sneller schrikken, gespannen zijn, slecht slapen of moeite hebben met concentreren. Ook gevoelens van afstand, vervlakking of verminderde betrokkenheid kunnen voorkomen.
Bij PTSS kunnen psychische en lichamelijke reacties sterk met elkaar verweven zijn. Een situatie die aan het trauma herinnert, kan opnieuw spanning of een gevoel van dreiging oproepen, ook wanneer er op dat moment geen daadwerkelijk gevaar is. Wanneer deze klachten langdurig blijven bestaan, kunnen ze grote invloed hebben op relaties, werk en het dagelijks leven.
Wie loopt risico op PTSS?
Iedereen kan na een traumatische gebeurtenis PTSS ontwikkelen, maar het risico verschilt per persoon en situatie. Herhaalde of langdurige blootstelling aan geweld, dreiging of andere ingrijpende gebeurtenissen kan het risico vergroten. Militairen, veteranen, politieagenten en hulpverleners kunnen bijvoorbeeld tijdens hun werk regelmatig met potentieel traumatische gebeurtenissen worden geconfronteerd.
Ook mensen die huiselijk of seksueel geweld, ernstige ongevallen, oorlog, gedwongen vlucht of langdurige onveiligheid hebben meegemaakt, kunnen een verhoogd risico hebben. Wanneer traumatische ervaringen zich herhalen of plaatsvinden binnen belangrijke relaties, vooral tijdens de ontwikkeling, kunnen klachten complexer worden. Dit wordt vaak beschreven in relatie tot complex trauma.
Of iemand PTSS ontwikkelt, hangt niet alleen af van wat er is gebeurd. Ook de aard en duur van de gebeurtenis, eerdere ervaringen, beschikbare steun en omstandigheden na het trauma kunnen een rol spelen. Sociale steun en veiligheid na een ingrijpende gebeurtenis kunnen belangrijk zijn voor herstel.
PTSS bij veteranen en geüniformeerde beroepen
Veteranen en mensen in geüniformeerde beroepen – zoals militairen, politieagenten, brandweerlieden en ambulancepersoneel – kunnen door hun werk herhaaldelijk worden blootgesteld aan potentieel traumatische gebeurtenissen. Levensbedreigende situaties, confrontaties met menselijk lijden, verlies en moreel complexe beslissingen kunnen het risico op traumagerelateerde klachten en PTSS vergroten.
Klachten kunnen zich onder andere uiten in herbelevingen, verhoogde waakzaamheid, slaapproblemen, prikkelbaarheid, vermijding of gevoelens van afstand. Dit kan doorwerken in relaties, werk en het dagelijks functioneren. Tegelijkertijd ontwikkelt niet iedereen die zulke gebeurtenissen meemaakt PTSS; individuele ervaringen, omstandigheden en beschikbare steun spelen daarbij een belangrijke rol.
Bij veteranen en andere geüniformeerde beroepsgroepen kan daarnaast sprake zijn van moral injury. Dit begrip verwijst naar psychische, sociale of existentiële gevolgen van gebeurtenissen die botsen met diepgewortelde morele overtuigingen en waarden. Schuld, schaamte, boosheid of verlies van vertrouwen kunnen daarbij een rol spelen. Moral injury is niet hetzelfde als PTSS, maar beide kunnen wel naast elkaar voorkomen.
Passende behandeling vraagt daarom aandacht voor zowel traumagerelateerde klachten als lichamelijke activatie, veiligheid, betekenisgeving en de persoonlijke context. Binnen bokstherapie kan beweging worden gebruikt om spanning en lichamelijke reacties op te merken en te onderzoeken. De boksring biedt daarbij een concrete oefenruimte om te ervaren hoe kracht, begrenzing, contact en regulatie zich tot elkaar verhouden.
Het lichaam als geheugen
Traumatische ervaringen kunnen niet alleen invloed hebben op gedachten, emoties en herinneringen, maar ook lichamelijk merkbaar zijn. Veranderingen in ademhaling, hartslag, spierspanning, houding en alertheid kunnen optreden wanneer iets aan een eerdere bedreigende ervaring herinnert. Soms worden deze lichamelijke reacties al opgemerkt voordat iemand bewust begrijpt waardoor de spanning wordt veroorzaakt.
Bij een trigger kunnen bijvoorbeeld trillen, hartkloppingen, misselijkheid, verstarring of een sterke impuls om te vluchten ontstaan. Zulke reacties kunnen worden begrepen als onderdeel van de manier waarop lichaam en zenuwstelsel reageren op waargenomen dreiging. Binnen lichaamsgerichte therapie wordt daarom aandacht besteed aan het leren herkennen en reguleren van deze lichamelijke signalen.
Dit perspectief sluit aan bij het werk van Bessel van der Kolk, die benadrukt dat traumaherstel niet alleen via woorden en gedachten verloopt, maar ook aandacht vraagt voor lichamelijke ervaring, veiligheid en regulatie.
Neurobiologische sporen van trauma
Tijdens een traumatische ervaring worden stresssystemen in het lichaam sterk geactiveerd. Onder andere adrenaline en cortisol spelen een rol in de reactie op dreiging. Hersengebieden en netwerken die betrokken zijn bij dreigingsdetectie, geheugen, aandacht en regulatie werken daarbij nauw met elkaar samen.
Bij PTSS worden gemiddeld veranderingen gevonden in het functioneren en de samenwerking van onder andere de amygdala, hippocampus en prefrontale hersengebieden. Dit kan samenhangen met verhoogde waakzaamheid, moeite om veilige en bedreigende situaties van elkaar te onderscheiden en het indringend terugkeren van traumatische herinneringen.
Een herinnering, lichamelijke sensatie of andere prikkel die met het trauma verbonden is, kan daardoor een sterke reactie oproepen alsof er opnieuw gevaar dreigt. Dat kan zich uiten in vechten, vluchten, bevriezen of andere beschermingsreacties. Het gaat niet om onwil: lichaam, aandacht en zenuwstelsel reageren op wat op dat moment als bedreigend wordt ervaren.
Triggers en vermijding
Triggers kunnen heel verschillend zijn: een geur, geluid, blik, onverwachte aanraking, situatie of lichamelijke sensatie. Zulke prikkels kunnen bewust of onbewust verbonden zijn met een traumatische ervaring en een sterke reactie oproepen. Het zenuwstelsel kan reageren alsof er opnieuw gevaar dreigt, ook wanneer de huidige situatie feitelijk veilig is.
Bij sommige mensen uit dit zich in hyperarousal, terwijl anderen juist verstarren, zich terugtrekken of dissociatieve reacties ervaren. Vermijding kan vervolgens een manier worden om situaties, gedachten, gevoelens of herinneringen die spanning oproepen uit de weg te gaan.
Op korte termijn kan vermijding verlichting geven. Wanneer vermijding echter steeds meer situaties gaat bepalen, kan de leefwereld kleiner worden en blijven mogelijkheden om nieuwe, veilige ervaringen op te doen beperkt.
Deze verschillende reacties kunnen ook worden bekeken vanuit het Window of Tolerance. Dit model beschrijft een bandbreedte van activatie waarin iemand voldoende aanwezig en gereguleerd kan blijven. Bij sterke activatie kan iemand boven deze bandbreedte raken, terwijl terugtrekking, verstarring of verminderde aanwezigheid juist kunnen passen bij een beweging eronder. Het model kan helpen om zulke wisselingen in spanning en regulatie beter te herkennen en bespreekbaar te maken.
Herstel vraagt belichaming
Bij traumaherstel kan naast het werken met gedachten, emoties en herinneringen ook aandacht voor lichamelijke ervaring belangrijk zijn. Trauma kan immers samengaan met veranderingen in spanning, ademhaling, beweging en het ervaren van veiligheid. Lichaamsgerichte interventies kunnen helpen om zulke reacties bewuster te leren herkennen en reguleren.
Binnen Sensorimotor Psychotherapy staat de wisselwerking tussen lichamelijke ervaring, emoties en gedachten centraal. EMDR is een veelgebruikte traumabehandeling waarbij traumatische herinneringen gericht worden verwerkt. Ook benaderingen zoals Somatic Experiencing richten zich nadrukkelijk op lichamelijke gewaarwordingen en regulatie.
Binnen bokstherapie vormt beweging een ervaringsgerichte ingang. Ritme, afstand, kracht, ademhaling en contact kunnen worden gebruikt om lichamelijke reacties op te merken en te onderzoeken. Het gaat daarbij niet om het opnieuw beleven van het trauma, maar om het oefenen met regulatie, begrenzing, aanwezigheid en keuzevrijheid in het hier en nu.
De waarde van bokstherapie bij PTSS
Bokstherapie biedt een ervaringsgerichte ruimte waarin spanning, beweging en contact kunnen worden onderzocht binnen duidelijke grenzen. In de boksring kan bijvoorbeeld worden verkend: wat doet nabijheid met mij? Hoe reageer ik wanneer iemand op mij afkomt? Wat gebeurt er met mijn ademhaling en spierspanning wanneer ik mijn grens wil aangeven?
De bokstherapeut stemt tempo, afstand en intensiteit af op wat iemand op dat moment kan dragen. Niet de kracht van de stoot staat centraal, maar het herkennen van lichamelijke reacties en het oefenen met ritme, begrenzing, herstel en keuzevrijheid.
Voor mensen met PTSS kan deze lichaamsgerichte manier van werken een aanvulling zijn op traumabehandeling. Er kan worden geoefend met het ervaren van activatie zonder automatisch door te gaan, te vermijden of de controle te verliezen. Zo kan bokstherapie bijdragen aan het herkennen van eigen signalen en het ontwikkelen van meer mogelijkheden voor regulatie en zelfregie.
Reflectievraag
Hoe zou het zijn om je lichaam niet langer als vijand te ervaren, maar als bondgenoot in je herstel?
Uit DSM-5
PTSS (posttraumatische stressstoornis) kan ontstaan na blootstelling aan een traumatische gebeurtenis, zoals daadwerkelijke of dreigende dood, ernstig letsel of seksueel geweld. Volgens de DSM-5 worden de symptomen onderverdeeld in vier hoofdclusters:
-
Herbeleving: opdringende herinneringen, nachtmerries, flashbacks of sterke reacties op prikkels die aan het trauma herinneren.
-
Vermijding: het vermijden van gedachten, gevoelens, mensen, plaatsen of situaties die met het trauma verbonden zijn.
-
Negatieve veranderingen in cognities en stemming: bijvoorbeeld schuld, vervreemding, verlies van interesse of aanhoudend negatieve overtuigingen en emoties.
-
Veranderingen in arousal en reactiviteit: bijvoorbeeld prikkelbaarheid, hyperwaakzaamheid, sterke schrikreacties, concentratieproblemen of slaapproblemen.
De klachten houden langer dan één maand aan en veroorzaken klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in belangrijke levensgebieden.
De DSM-5 kent daarnaast specificaties met dissociatieve symptomen (depersonalisatie en/of derealisatie) en met uitgestelde expressie, wanneer pas zes maanden of later na de gebeurtenis aan alle diagnostische criteria wordt voldaan.
PTSS – trauma, regulatie en bokstherapie
VERANTWOORDING
De tekst benadrukt de eigen verantwoordelijkheid van de lezer in het interpreteren en toepassen van de aangeboden kennis, en moedigt aan tot een actieve, onderzoekende houding in het leerproces.
Klik voor meer informatie over PTSS.
PTSS
In de geestelijke gezondheidszorg wordt veel gesproken over afwijking, diagnose, herstel en ‘normale’ ontwikkeling.
Maar wat betekent dat eigenlijk – normaal zijn? En wie bepaalt die norm?
Binnen Boksfit Therapie gaan we uit van een andere benadering. Wij zien gedrag niet als iets dat gemeten of gecorrigeerd moet worden, maar als een betekenisvol signaal. Elke fysieke reactie – van terugtrekking tot overactivatie – draagt een verhaal in zich. Vaak is dat verhaal ouder dan woorden, en leeft het voort in het lichaam.
De Franse filosoof Emmanuel Levinas stelde dat het menselijke niet ligt in het verklaren van de ander, maar in het erkennen van diens anders-zijn. "De ander dwingt mij mijn wereld open te breken," schreef hij. Zo bezien is ‘normaal’ geen objectieve maat, maar een grens tussen mij en de ander – een uitnodiging tot ontmoeting.
Boksfit Therapie biedt geen pasklare norm. Het is geen route naar een vooraf bepaald eindpunt, maar een uitnodiging om te voelen wie je bent, wat je lijf vertelt, en waar jouw grenzen en verlangens liggen. Dat proces verschilt per persoon. De bokstherapeut is daarbij geen beoordelaar, maar een getuige. Iemand die meebeweegt, afstemt en ruimte houdt.
Zo verschuift de vraag van:
“Hoe word ik weer normaal?”
naar:
“Wat in mij vraagt om aandacht, ruimte en erkenning?”
Die beweging – van oordeel naar aanwezigheid – vormt de kern van belichaamd herstel. In de ring komt er geen oordeel. Alleen adem, aanwezigheid, actie en stilte. Daar ontstaat ruimte voor wie iemand werkelijk is – niet ondanks, maar dankzij de unieke sporen van het leven.
