Bokstherapie en rouwproces
Met lege handen in de ring
Soms sta je in de ring, maar je vuisten zijn niet gebald. Je handen hangen zwaar. De adem is oppervlakkig, de blik vaag. Niet omdat je geen kracht hebt, maar omdat iets is weggevallen dat eerst vanzelf sprak. In het rouwproces verliest het lichaam zijn vanzelfsprekendheid. Waar eerder richting was, is nu leegte. In bokstherapie wordt die leegte niet gevuld – ze wordt erkend.
Rouw in het lichaam: een voelbaar verlies
Een rouwproces is geen lineair proces en geen mentale taak. Het is een existentiële beweging die zich in het lichaam voltrekt. De adem kan stokkerig worden. De borstkas strak. De schouders neigen naar voren, alsof ze zich willen terugtrekken uit de wereld. Soms wordt het lichaam zwaar, soms juist rusteloos. Het beweegt niet meer zoals het deed. In bokstherapie wordt dit lichamelijke aspect van rouw niet vermeden, maar juist benaderd met zachtheid en aandacht. Rouw kan zich tonen in het niet willen slaan, in het ontwijken van oogcontact, in het niet kunnen afronden van een oefening. Het is geen falen, maar een uitdrukking van iets wat dieper ligt: een verlies dat nog niet in woorden past.
Geen verwerking, maar ruimte voor wat is
Waar klassieke rouwmodellen vaak spreken over fasen of taken, vraagt bokstherapie iets anders: aanwezigheid. Het lichaam hoeft niet door iets heen, maar mag iets dragen. De rouw hoeft niet te worden opgelost, maar mag bestaan. Deze benadering sluit aan bij de gedachte van Femke van der Laan, die in haar boek *Stad vol ballonnen* beschrijft hoe rouw niet iets is wat verdwijnt, maar iets wat wordt verweven met het leven dat doorgaat. "Het is er nog steeds," schrijft ze, "maar anders."
In de boksring ontstaat een plek waar dat anders-zijn mag bestaan. Waar iemand met lege handen in de ring mag staan, zonder iets te hoeven doen. Zonder iets te hoeven herstellen. Alleen maar aanwezig, ademend, voelend.
Beweging en stilstand als uitdrukking van rouw
Soms beweegt het lichaam in golven van verdriet. Dan weer is er verstarring. De bokstherapeut observeert met respect en zonder druk. De sessies zijn geen training in kracht, maar een bedding voor kwetsbaarheid. De bewegingen zijn klein, traag, vaak door stiltes onderbroken. In die stiltes gebeurt iets. Er ontstaat contact met wat niet gezegd kon worden. De boksring wordt zo tot een rituele ruimte waarin verlies zijn plek krijgt. De handschoenen kunnen aangetrokken worden, maar ook weer uit. Er mag geslagen worden, maar ook worden gezwegen. Wat belangrijk is: dat het lichaam wordt erkend als drager van het gemis.
Zingeving: leven met lege handen
Rouw dwingt tot een andere manier van zijn. Wat eerst houvast gaf – rollen, relaties, vanzelfsprekendheden – is niet meer vanzelfsprekend. In die ontregeling kan ook iets nieuws geboren worden. Geen vervanging, maar een andere verhouding tot wat geweest is en wat nog komt. Bokstherapie helpt niet om rouw af te sluiten, maar om ermee te leven. Het lichaam leert stap voor stap: ik ben er nog. Ik kan ademen. Ik mag bestaan, ook zonder de ander. In die zin raakt bokstherapie aan de meest wezenlijke laag van verlies: niet het verdriet over wat weg is, maar het leren leven met wat blijft.
In rouwprocessen is er geen kaart en geen kompas. Alleen een lichaam dat probeert zich opnieuw te oriënteren. In de boksring wordt dat lichaam niet opgejaagd of gecorrigeerd, maar gezien. Gezien in zijn moeheid, zijn leegte, zijn zoeken. Soms is dat genoeg. Soms is dat alles.
Kijk ook op gerelateerde blogonderwerpen op Mindfulness Centrum Heuvelrug.

Recente reacties